De geschiedenis van De Spreeuwelse Heide
De Spreeuwelse Heide is in 1932 gebouwd door de Rijksoverheid voor de Diensten Uitvoerende Werkzaamheden (D.U.W.) in verband met de grote werkloosheid in de jaren 30.
Werklozen uit alle delen van het land werden hier ondergebracht in houten barakken waarvan er nu nog twee op het terrein staan.
Van hieruit werd begonnen met de ontginning van grote delen van de Brabantse Kempen.
In 1940 is De Spreeuwelse Heide gevorderd door de Duitsers die het gebruikten als arbeidsdienstkamp.
Na de oorlog zijn op De Spreeuwelse Heide veel kinderen uit het noorden gehuisvest (het vierde prinsenkind) voor herstel van hun gezondheid.
Na een kort verblijf van Spanjaarden in 1946 die bij Philips werkten, is De Spreeuwelse heide tot 1959 bewoond door Ambonezen en Kayezen. De krielkippen die hier op de dag van vandaag rondlopen stammen uit die periode en vormen voor veel gasten een bezienswaardigheid.
In 1959 is De Spreeuwelse Heide, inmiddels eigendom van Gemeente Middelbeers, verhuurd aan de Joannes Bosco Stichting, die het gebouw gebruikte ten behoeve van haar statutaire doelstelling: Opleiding en Vorming van Jongeren.
Op 13 december 1971 is De Spreeuwelse Heide door de Gemeente Middelbeers verkocht aan de Joannes Bosco Stichting. Het toenmalige bestuur is meteen begonnen met de bouw van twee stenen slaapvleugels, bestaande uit: 14 grote slaapkamers, douches en toiletten en drie conferentiezalen.
In de jaren 1983 t/m 1987 zijn er nog een paar vleugels met eenpersoonskamers, voorzien van douche en toilet en de benodigde conferentieruimtes toegevoegd. Gebouwen die de huidige vorm van De Spreeuwelse Heide bepalen.